Vloot

= nieuw
 = ready to run
= in aanbouw
+ = vaart, maar in afwerking
= niet actief
= extra informatie

 

Naam

Foto

Status

Info

Union Koala

(Jean - Paul)

Veerpontje

(Yves)

Our Lass 'modified'

(Yves)

Retro Cruiser

(Yves)

Dusseldorf

(Erik)

Orlalwah

(Yves)

 

Tsekoa

(Mark Mostien)

 

Union Ruby

(Jean - Paul)

 

Havensleper 30

(Jean - Paul)

Tri-Deck explorer

(Yves)

Canados 90 Open

(Glen)

Supplier

(Yves)

Salva Bay

(Glen)

Tito Neri  

(Ronny)

 

Smit Nederland  

(Ronny)

 

 

Smit Nederland  

(Ronny)

 

 

Kitty II  

(Ronny)

Bugsier  

(Glen)

 

Tati Ana 

 

Wiesel

(Eric)

 

Düsseldorf feuerlöschboot

(Glen)  

Patroeie boot

romp PT 15 & eigen dek

(Glen 2007)  

Smit Singapore

zeesleper

(Glen)  

 

Arrows

speedboot

(Glen 1998)  

 

Smith Nederland

(Glen)

Mini Waker (1/200)

(Glen)

 

 

Stepdance

(Ronny)

 
       

 

Slepen met radiobestuurde modellen

MODELBOUWTEAM HULSHOUT

Afd :Vaargroep Hulshout

 

Slepen met radiobestuurde modellen

Het slepen van radiobestuurde modellen is eigenlijk een team sport.
Moet men dan lid zijn van een club of een vereniging ?? Neen 
Maar de voordelen om in clubverband het slepen onder de knie (lees vingers) te krijgen is niet te onderschatten. Zoals eerder gezegd “slepen is een team sport”
Wat heb ik nodig om te beginnen met slepen ??
Iedere radiobestuurde modelboot waar men een touw aan vast kan maken , kan slepen. 
Maar gaandeweg met het opdoen van ervaring zal men toch ervaren dat een sleper toch het meest geschikt is om zijn werk te doen , slepen . Het hele concept van een sleper is ontworpen om een sleep zo optimaal te kunnen uitvoeren , wat niet het geval is met andere schepen. Welke sleper men kiest hangt volledig af van de persoonlijke keuze en kan zowel elektrisch als met stoom aangedreven zijn . Ook het concept van de motor en de schroeven is een persoonlijke keuze ,alhoewel deze meestal gebonden zijn als men een schaalmodel kiest of nabouwt . Dan is er nog de grote of de schaal van het model . Deze zal over het algemeen ergens liggen tussen 1/20 of 1/50 waardoor de meest hanteerbare lengte voor een model ergens rond de 60cm a 1,20m ligt. 
Om te slepen heeft men een objekt nodig dat in het water ligt en waar men een of meerdere touwen kan aan bevestigen . Het meest raadzame om mee te beginnen is om een houten balk van ongeveer 1meter lang en 20cm breed , met aan beide uiteinden een oogvijs ingedraaid. Als men aan een van deze oogvijzen een touw vastmaakt van ongeveer 2meter en de andere zijde van het touw vastmaakt aan de achterzijde van het model kan men slepen . Doe dit rustig aan om te beginnen want zoals men zal kunnen vaststellen zal de gesleepte balk niet altijd dezelfde weg willen afleggen die de sleper aflegt . Dit komt door meerdere invloeden zoals bvb , de snelheid van de balk , het schroefwater van de sleper , de stroming van het water , enz , enz 
Als men na een tijdje het varen , met deze balk achter het model , een beetje voeling heeft gekregen met de gedragingen van de balk en het model , kan men een tweede touw nemen van 2meter en deze aan de andere zijde aan de oogvijs op de balk bevestigen , en de andere zijde van het touw ook aan de achterzijde van het model bevestigen . Op deze manier gaat men de balk dwars door het water trekken wat meer trekkracht vraagt aan de sleper . Wat ook helemaal anders is zijn de gedragingen van de balk in het water tegenover het slepen met 1 touw . Hier is ook weer het advies : zoveel mogelijk ervaring opdoen door zoveel mogelijk op deze manier te varen zodat men de gedragingen van zijn model en de sleep leert kennen. Wat ook kan helpen hierbij is dat je deze balk via een op voorhand vastgelegt parkoer door het water sleept , bvb rond enkele boeien of iets dergelijks . 
De volgende stap na deze ervaring is het slepen met twee modellen . Dezelfde balk maar nu aan beide zijde van de balk een model vastgemaakt aan de oogvijzen met elk zijn touw van 2 meter . Het sterkste model van de twee slepers dient aan de achterzijde van de sleep vastgemaakt. Dit komt misschien raar over , maar het is wel de achterste die het meest moet sturen en bijsturen terwijl de voorste sleper enkel maar moet trekken en varen in de gekozen richting . Het is ook zo dat de kapitein van de voorste sleper de kapitein is van de ganse sleep en het zijn zijn bevelen die moeten opgevolgd worden. Het is ook zijn sleper die het meeste gevaar loopt indien er iets mis gaat. (overvaren)
Rustig laat men de sleep vertrekken tot op een 20meter van de kant om na een grote bocht te laten terugkeren naar de kant . Dit dient men meerdere malen te herhalen om wat stuurkunst op te doen en om het gedrag van de sleep te kennen . 
Gaandeweg kan men meerdere oefeningen bedenken om zijn sleepkunst bij te schaven .
Een leuke oefening is het steeds aanleggen aan de kade van de sleep maar telkens door deze 180graden te draaien . Ook kan men experimenteren met de lengtes van de sleeplijnen en de punten waar men vastmaakt aan het gesleepte objekt. Na voldoende oefening en ervaring te hebben vergaart kan men de balk vervangen door grotere modellen die realistischer overkomen. Denk er aan dat grote modellen over het algemeen veel werk , tijd en geld hebben gevergd en men dan ook omzichtig moet zijn met het slepen . 
Enkele tips :
Slepen gebeurt altijd op een rustige manier en blijf steeds kalm
Het is steeds de voorste sleper die het bevel voert over de sleep
Ga eens kijken in Antwerpen op een weekdag naar de Zandvliet of de Berendrechtsluizen , zo zie je de echte slepers ook eens aan het werk.
Vaar regelmatig eens met iemand anders als tweede sleep zodat je niet steeds moet rekenen op dezelfde persoon om met twee te slepen.
Vaar onderling al eens een wedstrijd gewoon om mekaar aan te zetten tot oefenen.

Veel plezier